Antiklimax – Peer Gynt (speelt David Westera) 'De wereld is een schouwtoneel, elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel' (Joost van den Vondel, 1587-1679)

Huh?!?! Hoe zit dat, kan dat? Peer Gynt is de hoofdpersonage in het gelijknamige toneelstuk van Henrik Ibsen uit 1867. David Westera is een acteur die twee jaar geleden afstudeerde aan de toneelschool met een bewerking van dit stuk. Normaliter kruipt een acteur in de huid van een personage uit een toneelstuk. En nu dan… Kan een fictief personage onder de huid kruipen van een acteur? We gaan het beleven.

Peer Gynt dus. Geschreven door Henrik Ibsen (1828-1906) die ook wel een van de grondleggers van het moderne toneel wordt genoemd. Daarvoor was heel veel nog gebaseerd op de romantiek. Ibsen kreeg van de Noorse regering opdracht de bergen in te trekken en oeroude volksverhalen op te tekenen. In het dorp Vinstra hoort hij van bergbewoners de avonturen van de historische Peer Gynt. Zijn ganzenveer krast onophoudelijk en later, in Rome, werkt hij alle aantekeningen uit tot een toneelstuk.

Integraal duurt het stuk maar liefst viereneenhalf uur en bevat het meer dan zestig personages.

Veel wordt het in Nederland niet gespeeld. 'Tryater' maakte er in een regie van Jos Thie nog een enorm spektakel van op het Oerol-festival van 1999. In 2011 waagt het Noord Nederlands Orkest zich uiterst succesvol aan de muziek met René Groothof als enige acteur/verteller. Frappant, die noordelijke uitvoeringen. Kom ik nog op terug. In totaal schrijft Ibsen vijfentwintig toneelstukken. Ook zijn Spoken en vooral Hetta Gabler worden nog af en toe opgevoerd.

Enorme bekendheid en succes van Peer Gynt kwamen pas nadat componist Edvard Grieg er een kleine tien jaar later zijn toneelmuziek voor geschreven had. Deze Peer Gyntsuite is wereldberoemd geworden en wordt nog steeds veelvuldig gespeeld.

Maar het verhaal… Hoe ging het ook al weer?

Peer groeit op als sympathieke kwajongen in een armoedig Noors dorpje bij zijn moeder Aase. Hij ontwikkelt een zeer rijke fantasie en verzint en liegt er maar zo'n beetje op los. Als zijn moeder weer eens een wanhopige inzinking krijgt, belooft Peer haar dat hij ooit een rijk keizer zal worden. Zijn moeder lacht schamper. Maar bij Peer lonkt het avontuur en groeien zijn ambities. Met zijn charmante voorkomen, zijn rappe tong en grenzeloze fantasie trekt hij de bergen in. Maar niet voordat hij zijn pasgehuwde buurmeisje Ingrid heeft ontvoerd en bemind, zijn geliefde Solveig in tranen heeft achtergelaten en als een soort Kerstman een wilde vlucht op een rendier door het hemelruim heeft gemaakt.

Peer ontmoet de schatrijke trollenkoning, huwt zijn dochter en samen krijgen ze een nazaat. Bij het aanschouwen van deze kruising slaat Peer op de vlucht en kletst zich in Afrika tot een schatrijk handelaar in slaven, bijbels en andere religia. Als hij zo rijk is geworden, vindt Peer het de hoogste tijd worden om zich tot keizer uit te roepen. Maar belandt in een Egyptische gevangenis, raakt alles kwijt, krijgt heimwee naar Noorwegen en gaat scheep. Het schip vergaat, Peer spoelt meer dood dan levend aan, vindt een ui en besluit dat hij die ui is. Hij wil zijn kern ontdekken en pelt de ui af. Steeds verder en verder, schil na schil maar een kern… Ho maar. Dan hoort hij zijn grote liefde Solveig zingen en in haar armen valt hij in een eindeloos diepe slaap.

Hoofdthema is de al dan niet opzettelijke verwarring van leugen en waarheid. Van fantasie en werkelijkheid.

En dit enorme epos wordt door twee sympathieke kwajongens 'even' bewerkt tot een verhaal van vijf kwartier. David Westera en Koen van Seuren gingen het avontuur aan. Schrijven nieuwe teksten op basis van repertoire of groot werk uit de theatergeschiedenis. En David speelt, Koen regisseert.

David staat ons bij binnenkomst in de theaterzaal van het Grand Theatre op te wachten op de speelvloer. Ontspannen in een vlot trainingspak begroet hij zijn publiek. Veel familie en vrienden, de zaal stroomt vol. David heeft Noors bloed. Dat voelt hij gewoon. Volgens eigen zeggen is hij geboren in Drenthe tussen de hunebedden. En dat zijn Noorse stenen. Tijdens de laatste ijstijd, het Weichseliaan, door oprukkende gletsjers zuidwaarts gestuwd en gestrand in Drenthe. Gevolgd door de Vikingen die volgens overlevering plunderend en verkrachtend door de provincie gingen. Nu schijnt dat met dat verkrachten ook wel te hebben meegevallen: als je je als Drentse deerne met een diepe zucht neerlegt bij een leven met een turfstekend plaggenhutboertje en plots zijn daar die twee meter lange, gebruinde, stoere en avontuurlijke Vikingen met wapperende manen… Dan is de teerling snel geworpen. Als een soort prehistorische Canadese bevrijders zullen ze binnengehaald zijn, het ging er vast heel heet aan toe wat vanzelf funest is voor een ijstijd. Men stapte in het Holoceen.

De betbetbetbet-overoveroverovergrootmoeder van David was zo'n deerne dus hij heeft Noors bloed.

Hij houdt een wervende VVV-presentatie over Noorwegen. De fjorden, de bergen, de natuur. Als de opportunistische fantast welke hij is, speelt hij ongegeneerd leentjebuur. Abba, Greta Thunberg, Ikea en Nobel: allemaal redenen om naar Noorwegen te gaan en het land te bewonderen. In dit rijtje is alleen Alfred Nobel een twijfelgeval. Toen deze Zweed in 1895 testamentair bepaalde dat het rendement uit zijn aanzienlijke nalatenschap aangewend moest worden voor regelmatige prijzenregens, vormde Noorwegen nog een unie met Zweden (1814-1905). Sterker: Noorwegen werd gedegradeerd tot een provincie. Zweedse koningen en regeringen bepaalden het reilen en zeilen aldaar.

David vertelt en vertelt. Kruipt meer en meer in de huid van Peer. Peer kruipt onder de huid van David. Ze worden één. Met een ongelofelijke levenslust, bravoure, fantasie, welbespraaktheid en vooral talent neemt David-Peer ons mee in hun verhaal. In een even simpel als doeltreffend toneelbeeld. Eenvoudig maar vernuftig schimmenspel met een zaklantaarn en ook de interacties met het publiek pakken geweldig uit. Niet ten koste van mensen maar ter meerdere glorie van de mensen.

David-Peer fantaseert voor zich uit, roept, brult, fluistert en dat allemaal zonder microfoon. En elke lettergreep is verstaanbaar! Wat een enorme verademing in vergelijking met al die zelfbenoemde (of door Linda-lezeressen uitgeroepen) cabaretiers. Die doen het blijkens een kwartier heel leuk in een comedyclub of winnen een talentenjacht of publieksprijs, gaan direct avondvullend de theaters in en hangen hun huik naar de wind op televisie. David is van een heel andere klasse. Naast enorm veel aanleg voor dit vak heeft hij een uitstekende smaak en weet hij te doseren. Hij is intelligent, subtiel, vilein, onstuimig en hij is gewoon jarenlang heel goed en intensief opgeleid om dit te gaan en kunnen doen.

Onlangs las ik het citaat: "Als je een ander wilt helpen, vertel hem de waarheid. Als je jezelf wilt helpen, vertel de ander wat hij wil horen."

Alle mensen liegen wel eens. Of laten dingen weg. Om bestwil of opzettelijk. Alle mensen fantaseren. Dat kan lastige tijden verlichten maar je ook weer aanzetten tot ambitieuze nieuwe plannen en richtingen. Aan het einde van de voorstelling staan David en Koen bescheiden maar zelfverzekerd op het podium. Iedereen bedankend die deze productie mogelijk heeft gemaakt. Het publiek bedankend voor haar komst en aandacht. En de uitnodiging om in de bovenfoyer met hen te vieren en het glas te heffen. "Een cocktail…iets met Peer."

In Drenthe eindigde de laatste ijstijd. Met enorme zwerfkeien als souvenir. En de mythe rond Peer Gynt. Wellicht dat daardoor juist in de noordelijke provincies eens per tien jaar een memorabele uitvoering plaats vindt. Deze versie gaat nog op een bescheiden tournee. Mis haar niet! Doe als Peer en als David (en Koen): zwerf, fantaseer, droom en ga het avontuur aan. Ga op zoek naar een titelrol op het wereldtoneel…

Hoofdfoto: beeld © Bogi Bakker. Afbeelding verkregen van Grand Theatre Groningen

Credits
Concept en tekst: David Westera, Koen van Seuren
Spel: David Westera
Regie: Koen van Seuren
Dramaturgie: Judith Blankenberg
Buhne: André Pronk, Douwe Ket (decorwerkplaats Grand Theatre)
Coproductie: Grand Theatre Groningen
Posterbeeld: Bogi Bakker
Met dank aan: Joran de Boer, Siri Klein-Robbenhaar, Joachim Robberecht