Rikkert van Huisstede e.a. - Boys Won't Be Boys Op de man af...

Het is zo'n druilerige, waterkoude oktoberavond. Iets voor achten arriveer ik bij het Grand Theatre. Het is al donker, dusdanig donker dat het terugzetten van de klok met een uur binnenkort ook geen soelaas meer gaat bieden. In de Poelestraat is al Kerstverlichting aangebracht. Of is die nooit weggehaald? Vanavond speelt de voorstelling 'Boys won't Be Boys' van Rikkert van Huisstede en friends.

In tijden van #metoo, homofobie, seksisme, racisme en geweld vraagt Rikkert zich af of het niet beter zou zijn als meer mannen zich kwetsbaar zouden opstellen. Of het niet juist sterk en succesvol is om als man je mannelijkheid te bevragen. In deze voorstelling bundelt hij de verhalen van allerlei mannen en jongens die worstelen met het beklemmende hokje van de mannelijke man. Zijn oproepje op Facebook aan deze mannen leverde ruim vijfhonderd reacties op! Tweeëntwintig van hen zijn te zien in de voorstelling. In wisselende samenstellingen van tien bijdragen per avond. Groningen moet het met acht doen: het is dan ook best een eind reizen vanuit Amsterdam.

Het podiumbeeld c.q. indeling van de ruimte is eenvoudig en sterk.

Een baan witte balletvloer hangt tegen de achterwand naar beneden en loopt over in een soort van catwalk over het midden van de vloer. Dat 'catwalk-gevoel' wordt versterkt door publiek aan beide zijden. Op de tribune de Corona-proof stoelverdeling voor de bezoekers. Spelers zitten her en der op stoelen, flaneren en zoeken af en toe contact met bezoekers.

Het openingsnummer van Rikkert is verrassend. Een moderne aria met een bijna Gregoriaanse teint gezongen met een loepzuivere falsetstem. Gevolgd door een conference over mannelijkheid en de hokjesgeest. Over wat hoort en niet hoort, wat betamelijk is of juist niet, over verwachtingen. Veel dooddoeners en clichés passeren de revue. Heel herkenbaar en veelal vermakelijk. Dan is het de allerhoogste tijd voor de vrienden van Rikkert.

Zeven mannen heeft hij kunnen mobiliseren voor zijn voorstelling in Groningen.

Sommigen van hen zijn professioneel performer, anderen niet. In een vloeiende estafette staan ze stuk voor stuk op om hun bijdrage te leveren. Ze zingen, ze dansen, dichten en grappen, rappen of vertellen over hun persoonlijke levens en ervaringen. Heel openhartig, zonder enige schaamte en daardoor ontzettend ontwapenend. De aaibaarheidsfactor is groot.

Zo is er Bas. In hoge rode laklaarzen, een rode tutu en met een weelderige haardos geeft hij eerst een opzwepende dansperformance om vervolgens nahijgend aan het publiek te vragen of ze enig idee hebben wat hij in het dagelijks leven doet. "Kapper," roept iemand. Geen kapper dus. Hij zet een gele bouwhelm op: Bas is in het dagelijks leven manager van bouwplaatsen. Tot medio vorig jaar zwaaide hij de scepter over de bouwplaats van The Market Hotel: veertig meter verderop. Alles verliep volgens schema. Toen werd Bas overgeplaatst: "Ik weet niet wat er sinds mijn vertrek is misgegaan maar het is nog steeds niet opgeleverd." Waar of niet waar? Maakt niet uit: het is leuk.

REINDIER presenteert een ballad en begeleidt zichzelf op keyboard. Onderbroken door een scheldkanonnade via een telefoon geeft hij vervolgens een prima breakdanceperformance. Twee mannen, waarvan een uit Congo, delen een stukje van hun leven met ons in gesproken woord en zang. Heel ingetogen en ontroerend. En wie is die bijzondere muzikant met een indrukwekkende solo op de sax?

Barry de Bruin imponeert met een jazznummer. Of blues of iets er tussenin. Zoals bijna alles in deze voorstelling ergens iets tussenin is en zit. Rank en slank, een eenvoudig jurkje van uitstekende snit, hooggehakt, met het hoofd van Annie Lennox en de benen van Tina Turner. In ieder geval: wat een optreden! Ik zeg: hoogste tijd voor een one-man-show!

Dan is er nog Allard. Allard is van karton: een levensgrote uitsnede van een vlotte boy, de ideale schoonzoon met de aller-allernieuwste mobiele telefoon aan zijn oor die je wel bij de entree van een hippe belwinkel kunt tegenkomen. Allard leidt ons in een virtuele groepsknuffel. We sluiten onze ogen, maar vooral sluiten we in een soort van seance iemand hartstochtelijk in de armen. Ik speel vals. Net als vroeger tijdens het bidden in de kerk spied ik door mijn wimpers in het rond. Ik zie beren van kerels met hun armen om een imaginair persoon geslagen zitten, stelletjes naar elkaars handen tasten, steun zoeken en bieden.

Lars Brinkman mag zeker niet onvermeld blijven. Een bewegingskunstenaar pur sang. Vijftig, zestig, misschien wel honderd maal loopt hij van achter naar voren en weer terug. Als een onrustige tijger in zijn/haar kooi. Experimenterend met elk onderdeel van zijn lichaam. Vrouwelijk, mannelijk, er precies tussenin? Neigend naar het een of toch meer naar het ander? Mannelijke tred met vrouwelijke armbewegingen of welke andere combinatie dan ook. Geen muziek, alleen het geluid van zijn inspanningen. Fascinerend en adembenemend. Stuk voor stuk staan ze hun mannetje.

Al deze knuffeldieren vormen tezamen een collage van een 'maatschappelijke beweging' zoals Van Huisstede zijn onderzoek en project beschrijft.

De voorstelling eindigt met een en al verwijzing naar de mogelijkheden via de website van Boys Won't Be Boys. Er is zelfs een telefoonnummer wat je 24/7 kunt bellen voor informatie en inspiratie, een gedicht, een lied of een telefonische workshop zelfliefde. En er is voor iedereen een 98 pagina's gratis stripboekje: WIJMANNEN. Ook deze vijf minuten durende merchandising wordt uitermate charmant gebracht. Maar ontkracht toch in mijn beleving de magie, het wonder van het theater.

Verder is de zaal gevuld (voor zover dat toegestaan is) met fans, lijkt wel. In elk geval met gelijkgestemden, zielsverwanten. Die zeer enthousiast reageren op elk onderdeel van de avond. In die zin brengt de voorstelling geen aardverschuiving teweeg. Is het meer prediken voor eigen parochie.

Maar alles bij elkaar is het een enorm sympathiek theaterevenement. Een met jarenlange voorbereiding, grote zorg en veel liefde samengestelde en vormgegeven happening. Rikkert sluit af met het noemen van de naam van zijn vriendin. Met wie hij het al tijden heel fijn heeft. En met de woorden: "Als ik met een vrouw ben, voel ik me man. Als ik met een man ben, voel ik me toch meer mens."

Foto: © Ernst Coppejans, 'Boys Won't Be Boys'