Ik vervolg mijn reeks niet-alledaagse theaterexpedities met een bezoek aan Teaser Nights van Station Noord. Een tussentijdse presentatie van beginnende theatermakers. Een uur voor aanvang is er een ontspannen moment ingelast waarin gezamenlijk een maaltijd wordt genuttigd. Een rijk gevulde soep, gezonde salade en pitabrood. En een rijk gevulde kantine. Een kleine veertig mensen. Er zwermt nogal wat begeleidend, adviserend en assisterend volk om de nieuwe makers heen. Elke intensive care verbleekt hierbij. Ik schuif aan.
Station Noord is een samenwerkingsverband van zestien grote podiumkunstorganisaties als: Club Guy & Roni, De Noorderlingen, Garage TDI, Grand Theatre, Het Houten Huis, NNO, NITE, Oerol, Peergroup en Tryater. Allen uit het Noorden dus. Met vereende krachten geven zij een sterke impuls aan talentontwikkeling en het artistieke klimaat in het Noorden. Door de mogelijkheden voor beginnende makers uit te breiden en hun artistieke dromen vorm te geven.

Naast het ontwikkelen van artistieke doelen van een maker, is het belangrijk dat er zakelijke, productionele en persoonlijke vaardigheden opgebouwd worden. Die ondersteuning duurt maximaal drie jaar. Vanavond presenteren vier kandidaten zichzelf en een stuk werk in uitvoering. Terwijl iedereen smakelijk zit te eten, probeer ik mijn nieuwsgierigheid te bevredigen.
Zo spreek ik Zahra Lfil.
Geboren en getogen in Winschoten. Haar moeder is Nederlandse, haar vader Marokkaans. Ze volgde de Frank Sanders Musicalacademie en noemt zichzelf een docerend, sociaal-artistiek theatermaker.
Ze werkt graag met échte mensen. En haast zich uit te leggen dat ze niet bedoelt dat toneelspelers geen echte mensen zouden zijn. Maar als voorbeeld noemt ze een eerder project over de teloorgang van de oude, bruine kroeg welke ze maakte met vijf stamgasten: stukken doorgerookt meubilair die er al waren ten tijde van Napoleon. Voor de presentatie van vanavond heeft ze nog geen titel. Ze noemt het zelf ‘tussenruimte’.
Op Gaja Caruso vuur ik vervolgens mijn vragen af.
Ze is geboren in Slovenië, maar woont al zes jaar in Nederland. Via de Poetic Disaster Club van Guy & Roni kwam ze bij Station Noord terecht. Ze ‘stroomt uit’. Dat betekent dat de drie jaren intensieve begeleiding erop zitten en dat het tijd is om geheel op eigen benen te staan.
Haar producties komen vooral tot stand door heel veel te maken. Niet teveel onderzoeken maar aan het werk gaan op de vloer. Heel ambachtelijk eigenlijk. Eind maart al gaat haar productie in première: Paarden mogen niet Dood. Over rouw na het verlies van een huisdier. Vanavond geeft ze een voorproefje.
Clé Delphi en Isa Zwart van Collectief Teder schuiven aan.
Beide studeerden in 2023 af aan het ArtEZ Conservatorium, vonden elkaar artistiek maar vooral ook in hun strijd tegen het patriarchaat. In alles wat hun samenwerking tot op heden heeft opgeleverd is dat de rode draad. Een hernieuwde feministische golf. Niet met spandoeken, marsen, rookbommen of bezettingen, maar met theater als middel.
Ik denk aan Simone de Beauvoir (1908–1986): een invloedrijke Franse filosoof en feminist en haar beroemde stelling: "Je wordt niet als vrouw geboren, je wordt tot vrouw gemaakt". De dames onderschrijven dat. Zelf afkomstig uit moderne gezinnen werd hen toch al heel jong geleerd om ’s avonds niet alleen te fietsen en dat alleen op vakantie gaan geen goed plan is. Ze steken de draak met misverstanden en aannames van mannen; over menstruatie, maar ook met plastische chirurgie en okselhaar. Dat lijkt haaks te staan op hun naam: ‘Teder’.
Clé en Isa zoeken de strijd in zachtheid, door hun eigen kwetsbaarheid te delen.
Op mijn vraag of hun collectief een ‘one-issue-collectief’ is, is hun antwoord helder. Feminisme staat nooit los van alles wat er in de wereld gebeurt. Hun programma’s zijn activistisch maar wel met liefde. Dat is ook wat ze ondervinden bij Station Noord: ruimte, liefde en vertrouwen.
Collectief Teder’ mag tevreden zijn: vanavond presenteren maar liefst vier vrouwen. Alleen maar vrouwen. Sporadisch nemen we een man waar. Die speelt de tweede viool of, zoals we zullen ervaren, toetsen, gitaar en trompet. Net als haar partner Jean-Paul Sartre propageerde De Beauvoir het existentialisme, de vrijheid, autonomie en verantwoordelijkheid. Gedegen onderwijs is dan onontbeerlijk.

Wat een verschil met hun landgenoot van ruim driehonderd jaar eerder. Molière schreef toen met Les femmes savantes zijn spotprent op vrouwen die zo nodig moesten leren en lezen en zich meningen vormen over ‘mannenzaken’. Sartre en De Beauvoir pleitten ervoor dat vrouwen hun eigen 'projecten' moesten creëren en economisch onafhankelijk moesten zijn.
Zahra trapt af…
De bezoekers zoeken een plekje in de benedenzaal. Dat zijn toch vooral de gezichten welke ik herken van de maaltijd. Ze worden aangevuld met een handjevol belangstellenden van buitenaf. Welke ik meest ook herken van ‘doende in het theaterwereldje’. Zahra oogt wat onzeker en nerveus. Ze opent met de mededeling dat ze halverwege het traject is van Station Noord en dat ze het even niet meer weet. Gelukkig, niks menselijks is haar vreemd.
Het komt zo vaak voor dat je het even niet meer weet maar dat uitspreken vergt moed. Zij heeft het gevoel in een tussenruimte te verkeren. De oude tijd bestaat niet meer, de nieuwe moet nog geboren worden. Het lijkt haar te verlammen. Ze initieert een soort yogamomentje. En vraagt ons de voeten stevig op de grond te planten, ogen te sluiten en te concentreren op onze ademhaling. Om vervolgens na te denken over het ‘niet weten’. Tussendoor veel lachjes, verontschuldigend aan de ene kant. Geruststellend en relativerend aan de andere kant.
Dan vraagt ze ons kennis te maken met onze buren. Achter, voor, aan de zijkanten. Met flink rekken en strekken als gevolg. Vervolgens maken we duo’s. Eerst vertelt de een één minuut lang over het ‘niet weten’. De ander luistert en vervolgens vice versa. Dan gaat Zahra het gesprek aan met de zaal. Dat is altijd riskant. Ik zie en hoor het vaak mis gaan. Vooral jongere cabaretiers slaan de plank nogal eens mis met pijnlijke stiltes als gevolg. Maar zoals eerder beschreven betreft het een grotendeels bekend dus uiterst behulpzaam en welwillend publiek. Een microfoon wordt niet ingezet waardoor veel van wat gezegd wordt voor mij verloren gaat.
Zahra vertelt over verdwalen. Dat het moment belangrijk is waarop je accepteert dat je verdwaald bent.
En dat dat fataal kan zijn. Om vervolgens rust te nemen. Rust om uiteindelijk je kompas weer te bepalen en op weg te gaan. Een weg die je lang niet altijd terugbrengt naar waar je vandaan kwam. Ik denk aan wat ik leerde van mijn theatervoorstelling met bijna twintig asielzoekers/statushouders met een lgbthqi+ achtergrond: "home is not where you are coming from, home is where you are going to."

Tenslotte vormen we een grote kring op de speelvloer. In de Marokkaanse cultuur hebben ze een alternatieve wijze van straffen (het woord is mij ontschoten). Er wordt een kring gevormd van vrienden en familie. De schavuit wordt in het midden geplaatst en toegezongen. Een hymne over hem/haarzelf. Over wie hij/zij in wezen is. Zahra zingt en wij zingen mee. Interessant hoe een tussenruimte toch gevuld kan worden. Hoe een moment van ‘niet weten’ toch vruchtbaar kan zijn.
Zahra wordt afgelost door Collectief Tender.
Giechelig staan ze op het speelvlak en vertellen waar ze nu zijn in het traject van Station Noord. Ze wilden eerst drie losse scenes spelen maar daar zijn ze niet zo goed in. Of wel of toch niet. Sommige dingen zijn eerder deze week of zelfs gisteren pas ontstaan. Vandaar een papiertje erbij. Ik denk onwillekeurig aan Brigitte Kaandorp in haar beginjaren. Daar stond ze met haar ukelele wat te drentelen, stuntelen en giechelen met een schier oneindige reeks aan disclaimers. Om ineens de zaal te laten schateren om ‘Annelies van der Pies’.
De presentatie van Clé en Isa komt op mij over als een spontane improvisatie. Een soort ‘de vloer op’. Op het podium zijn poppen, elektrische gitaren, een rol huisvuilzakken en twee muizenmaskers. De tijd gaat NU in! Ze steken de draak met wel of geen neuscorrectie, met het wel of niet scheren van okselhaar, schoonheidsidealen en roddelen. Het geheel is vermakelijk en aanstekelijk. Een heel charmant activisme eigenlijk.
Ze noemen het zelf eco-feminisme.
Een vorm welke nu nog wordt overschreeuwd door giftige debatten en boze protestmarsen maar in de toekomst de handen wellicht op elkaar krijgt. Vanavond valt de dames in elk geval een warm en aanmoedigend applaus ten deel.
We worden getrakteerd op een kwartier pauze wat mij in de gelegenheid stelt het werk van een andere pupil van Station Noord te verkennen. Er is ergens een installatie te zien van Nik Rajšek (1993, Slovenië). De enige man die presenteert, weggestopt in twee kleine kleedkamers, volgde het Art Gymnasium for Contemporary Dance in Ljubljana. Hij vervolgde zijn studie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en liep stage bij Club Guy en Roni in Groningen als lid van de Poetic Disasters Club.
In de kleinste ruimte domineert een opzwepende trancebeat.
Op de radiator een bos verwelkte witte rozen, muren en plafond zijn schots en scheef beplakt met vellen wit papier met her en der losse kreten. Er liggen dikke viltstiften uitnodigend te wachten.
In een aanpalende ruimte zien we een projectie. Op dezelfde beat voert Nik enkele repeterende reeksen bewegingen uit. Bij Station Noord duikt hij diep in verschillende artistieke disciplines als beweging, camerawerk, decorontwerp, kostuumontwerp en tekst. Met als doel een zo allround kunstenaar als maar mogelijk te worden. Het geheel is intrigerend, sterk en kwetsbaar. Masculien en teer tegelijk. Zelfs een tikje sexy.

We nemen voor de laatste presentatie plaats in de bovenzaal.
Gaja Caruso presenteert een gedeelte van haar voorstelling Paarden mogen niet Dood welke later deze maand officieel in première gaat. Jaren geleden alweer zag ik haar met haar dochtertje van ruim anderhalf jaar in de open studiopresentatie The lamb, the fly, the tiger. Ook nu ontving ik een uitnodiging. Op de premièredatum bezoek ik al een productie elders, maar nu kan ik toch een voorproefje meepakken. Deze teaser beleef ik het meest als een ‘echte’ voorstelling.
Gaja is de protagonist en wordt bijgestaan door drie medespelers.
De opening is een bewegingsroutine. De invloeden van Roni Haver zijn onmiskenbaar. Een klavier, trompet, melodica, trom en busje rijstkorrels worden ingezet. Er klinkt hypnotiserend en uitheems aandoend rouwbeklag en er is tekst. Heel multidisciplinair dus maar vooral het experiment wordt niet geschuwd.
Het lange tijd rondslingeren van een brandend peertje aan een verlengsnoer. Datzelfde peertje waarmee een tijdje kiekeboe wordt gespeeld onder een trui, een solo wildendans van Gaja, geklauter in een torenspits van kaasdoek, de onsamenhangende kostumering… Ik ben dat hele stuk kinderlijke fantasie en vermogen tot eindeloos associëren ergens onderweg in het leven kwijtgeraakt. Of het is me ontnomen toen ik, heel jong nog, van de ene op de andere dag ‘man’ moest zijn.
Daarom des te mooier dat Station Noord ruimte biedt om te spelen, fantaseren en experimenteren. Dat momenten van het even ‘niet weten’ geen momenten zijn van gevaar. Geen momenten waarop je uit de trein gezet wordt. Dat je mag verdwalen. En dat je tijdens een moment van rust je kompas weer mag vinden. Een kompas wat je misschien weer heel ergens anders heen leidt. Dat je mag giechelen.
Vanavond heb ik drie teasers beleefd. Drie teasers van vrouwelijke makers. En ik schrijf eerlijk: voor mij bleven deze tussentijdse presentaties te veel in het midden. Het 'veilige' midden. Ik houd van sterk en kwetsbaar. Masculien en teer tegelijk. En van spanning. Zoek niet het comfort, maar het avontuur. En hoe vermakelijk De Geleerde Vrouwen van Molière ook is, ik hang toch echt Sartre en De Beauvoir aan. Existentialisme, vrijheid, autonomie. Theater 050 wenst Zahra, Gaja, Clé, Isa en Nik eindeloos verdwalen en een avontuurlijk kompas.
Foto's: © Lennie Tromp, Station Noord presenteert 'Teaser Nights' in het Grand Theatre



