Nicoline van de Beek speelt ‘De tuinvrouw en de dood’ ‘Tranend hart’ (Lamprocapnos spectabilis)

Mijn voornemen was en is om een scala aan niet-alledaagse voorstellingen te bezoeken op niet voor de hand liggende plekken en daarvan gewag te maken. In de Doopsgezinde kerk bezoek ik ‘De tuinvrouw en de dood’ van Nicoline van de Beek.

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: 'Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
*

Op het gebied van podiumkunsten gebeurt zoveel meer dan de voorstellingen in de bekende theaters en podia. Zo bezocht ik onlangs Het Fornuis van Venus in de Synagoge en Adrenaline in het UMCG. Nu werd mijn aandacht getrokken door de titel De tuinvrouw en de dood. Een voorstelling, een geïllustreerde vertelling eigenlijk, van en door theatermaakster en schrijfster Nicoline van de Beek. En wel in de Doopsgezinde kerk.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
*

Die kerk staat in een zijsteegje van de Oude Boteringestraat. Oorspronkelijk stond hier een houten schuilkerk, verstopt achter een woonhuis. Het huidige kerkgebouw werd gebouwd nadat de Doopsgezinden in de Franse tijd volledige gelijkberechtiging hadden gekregen en werd ingewijd op 29 oktober 1815 (bron informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Doopsgezinde_kerk_(Groningen).

De titel van deze vertelling is ongetwijfeld een variant op het gedicht De tuinman en de Dood door P.N. van Eyck (1887-1954). Later is vastgesteld dat dit werk een zeer vrije vertaling van een gedicht van de Franse dichter Jean Cocteau betrof, die zelf geïnspireerd was door Perzische dichters zoals Hafez en Rumi en verhalen uit de Talmoud... (Ispahaan is een plaats in het voormalige Perzië, nu Iran, ten tijde van de Sjah). (bron informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_tuinman_en_de_dood

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’
*

Het toegestroomde publiek wordt uitermate gastvrij welkom geheten. We krijgen allen een appel (‘niet voor nu, daar is een moment voor’), er wordt koffie en thee geschonken met een koekje. Het stroomt vol. De gemiddelde leeftijd is respectabel. Het is wat onthutsend om nu de jongste te zijn. Steeds vaker behoor ik tot de oudsten. De aanwezige heren zijn op de vingers van één hand te tellen. Even heb ik het gevoel op een bijeenkomst te zijn van de Christelijke Plattelandsvrouwen of een Libelle & Margriet manifestatie. Dat moet kunnen op Internationale Vrouwendag! Maar ik vermoed ook veel lotgenoten van Nicoline. Harten vol tranen.

portret Nicoline van der Beek
© Liesbeth Verbeek, portret Nicoline van der Beek in de Boomgaard

Want haar boek en dus ook deze vertelling is autobiografisch en handelt over het verlies van haar Grote Liefde. Iedere ochtend loopt zij over de dijk naar haar volkstuintje. Tussen fruitbomen en bloemenperken schrijft ze over haar lief. Terwijl de seizoenen elkaar opvolgen, volgt ze zichzelf door de seizoenen van de rouw. Nicoline vertelt heel rustig, beeldend met metaforen en gelijkenissen naar de natuur. Twee identieke rozenstruiken staan naast elkaar. Ze krijgen dezelfde uren zon, dezelfde mest, dezelfde hoeveelheid water en aandacht. Jaren floreren ze en dan ineens… ineens verpietert een van de twee en gaat dood. Hoe dan?

Van middag - lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

'Waarom,' zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
'Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?'
*

de tuinvrouw en de dood: illustratie
Grafische illustratie 'De tuinvrouw en de dood'. © Johanneke van Kempen en Nicoline van de Beek

Met niet meer dan een overheadprojector waarmee ontroerend eenvoudige knipsels, takjes en andere frutsels worden geprojecteerd op een provisorisch opgehangen laken, wat kleine verkleedpartijtjes (een pet, strohoedje, tuinjasje, das) en een eenvoudig geluidsapparaat waaruit esoterische klanken komen wordt het verhaal gelardeerd. Nicoline vergelijkt haar periode van rouw met een vruchtboom. Het ene jaar hangen de takken vol fruit, een volgend jaar moet ze het stellen met een schamele oogst. Maar de bloesemknoppen voor een volgend seizoen beloven juist weer een jaar van overvloed.

Er zijn twee geluiden die voor haar overweldigend mooi zijn. De eerste is een enorme koppel ganzen die luid gakkend de verre tocht naar overwinteringsoorden maakt. Het tweede is een zaal vol mensen die tegelijkertijd een hap uit een appel nemen. Ze telt af en het effect is erg grappig. Een welkome ontlading middenin een ontroerend verhaal.

Als mensen haar condoleren, ervaart ze dat als een reeks harde klanken. Tot ze het woord ‘gecondoleerd’ ontleedt. Dol refereert aan Dolores wat pijn betekent, verdriet. Eigenlijk groeten mensen haar dus in verdriet. Harten vol tranen. Het hele verhaal van Nicoline kan als een zalvende prediking van troost klinken. De omgeving van een kerk versterkt dat. Maar het zijn toch vooral de enorme eenvoud, de rust en de puurheid (welke je denk ik uitsluitend kunt tentoonstellen als eerstegraads ervaringsdeskundige) welke maken dat deze vertelling nog lang beklijft.

de tuinvrouw en de dood: illustratie
Grafische illustratie 'De tuinvrouw en de dood'. © Johanneke van Kempen en Nicoline van de Beek

Nicoline eindigt haar verhaal met een bijna science-fiction-achtige anekdote. Met een klein potje waarin wat as van haar lief reist ze naar hun favoriete stad: New York. Eenmaal (snel en heimelijk) uitgestrooid in Central Park fantaseert ze over een dikke Texaan die uitgerekend op die plek gaat uitrusten en asdeeltjes aan zijn broek meeneemt naar huis. Zo gaan minuscule deeltjes van haar lief op avontuur in een wasmachine en komen via een afvoersysteem in de Rio Grande terecht waar ze bezinken en deel uitmaken van een nieuwe voedingsbodem.

Een niet-alledaagse voorstelling op een niet voor de hand liggende plek: mogen er nog vele volgen. Ik ontkom er niet aan. En u dus ook niet. Net als in het gedicht…

Glimlachend antwoordt hij: 'Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan.'
*

Bronvermelding

* Gedicht De tuinman en de dood
Uit: Verzameld Werk van P.N. van Eyck (1887-1954)
Bron: Gedichten.nl

Hoofdfoto: © Henriett Somlaï, portret Nicoline van der Beek

Nog even dit

Onze artikelen zijn gratis en zullen nooit achter een betaalmuur verdwijnen. Voor theatermakers willen wij een onafhankelijk en levendig platform bieden: voor nu en in de toekomst. Donaties zorgen ervoor dat wij op lange termijn kunnen blijven investeren in het platform Theater050 en dat verhalen over theaterproducties belicht worden.
Betalen kan via onderstaande knop en je mag het bedrag zelf kiezen.
Bedankt voor je steun!



Kies het bedrag en doneer

Online kaartverkoop mét persoonlijke klantenservice

regel je via CULTUURKAARTJE.NL

Ticketverkoop voor culturele evenementen via cultuurkaartje.nl