Nederland is ontregeld: sneeuw! Niet zo erg en niet zoveel als in 1979 of erger…1963 maar het halve land is ontregeld. Voorstellingen in de Stadsschouwburg en de Machinefabriek worden geannuleerd, maar in het Grand Theatre trotseren ze het winterweer. Daar speelt musicalgezelschap Vals Alarm de Broadway-hit ‘The Wild Party’.
Ik ben door de club uitgenodigd om de première bij te wonen. Dus feestelijk gekleed trotseer ik de winterse omstandigheden. Het terras en trottoir zijn sneeuwvrij gemaakt en buiten wordt gedanst. Personen die zo uit een film met Fred Astaire en Ginger Rogers lijken gestapt, verleiden toestromend publiek tot een vrolijke jive en charleston. En dat in die koude! Ik meen eerst dat het leden van de cast zijn maar het is een promotie van ‘Sugarspin’. Zij organiseren danslessen en – avonden in het Floreshuis. Wat een originele en vrolijke ontvangst!
Eenmaal binnen sta ik niet op de gastenlijst. De dame welke mij heeft uitgenodigd is onvindbaar en wat geïrriteerd klinkt het: ‘Loop maar door dan’. Ik dank u zeer. De benedenzaal stroomt vol. Op het speelvlak wordt het publiek verder opgewarmd door korte presentaties. Een koddig burlesque-achtig dansje en aankondigingen door een Emcee-achtig personage. Dan wordt het wereldberoemde en geniale ‘Rhapsody in Blue’ van George Gershwin ingezet. Niet door het orkest dat al die tijd al klaar zit maar van een geluidsdrager. De verwachtingen worden daarmee tot een hoogtepunt opgezweept.

The Wild Party is een musical op basis van een gedicht van ene Joseph Moncure March. Ene Michael John La Chiusa tekende voor de muziek én de tekst. Ene George C. Wolfe leverde tekstbijdragen.
Het geheel moet ons meenemen naar het New York City in de roaring twenties.
Naar een losgeslagen feestje vol jazz, dans, gin en seks. Volgens Vals Alarm is de musical nog altijd relevant en opwindend. Er was nog geen Nederlandse versie van de teksten. Leden van het gezelschap pakten de handschoen op. De lawine aan lettergrepen werd vertaald. Alleen dát verdient al een groot compliment. Poëtisch wordt het nergens maar ik krijg ook niet de indruk dat het rijmwoordenboek erbij is gehaald. Bovendien is het zingbaar. Hulde.

‘Vals Alarm’ bestaat binnenkort maar liefst dertig jaar! Ze kiezen niet voor de zoveelste versie van Les Miserables, Foxtrot of Cabaret. Meestal voor een zogenoemde ‘off-Broadway-productie’ waarvan de meesten van ons nog nooit hebben vernomen. Vorig jaar voerden ze The Mystery of Edwin Drood uit. Nu dus The Wild Party. Het zijn borelingen van een nieuwe generatie musicalmakers. En die zijn, mild uitgedrukt, nogal een uitdaging. Voor publiek maar zeker ook voor uitvoerenden. Er wordt volop geëxperimenteerd met muziek, tekst en ensceneringen.
‘Rhapsody in Blue’ dus.
Een van de eerste lessen welke ik van Joop van den Ende leerde was: ‘Als je een show maakt met een leading lady als zangeres, laat dan nooit vooraf iets van Barbra Streisand horen.’ Met dit meesterwerk van Gershwin leggen ze de lat hoog. Een (ongeschreven) wet bij muziektheaterproducties is: elke opera, musical of revue moet een hit opleveren. Op zijn minst een nummer dat beklijft. Dat publiek bij het verlaten van het theater nog neuriet. Guiseppe Verdi snapte dat heel goed, het duo Kander/Ebb (Cabaret, Chicago) eveneens. De samenwerking tussen onze eigen Annie M. G. Schmidt en Harry Bannink leverde de nodige evergreens op. Andrew Lloyd Webber is er ook al zo handig in.
De muziek van The Wild Party is vooral wild. Een kakofonie aan arrangementen en onnavolgbare melodieën. Van de beloofde jazz beken ik geen spoor. Met veel goede wil hoor ik de grondbeginselen van charleston. Maar de roaring twenties waren zoveel meer: jazz, blues, swing, spirituals en ragtime. Het is hier vooral druk. Heel, heel erg druk. Nauwelijks tot geen rustpunten. Geen tranentrekkende ballads, geen imposant koorstuk, geen spannend duet, zelfs geen paar minuten enkel en alleen maar aandacht voor het zeer goed spelende 18-koppige orkest onder leiding van Cas Straatman. De een zingt misschien net iets beter dan de ander maar het niveau van de zang is, zeker gezien de moeilijkheidsgraad, voldoende.
Een uitdaging bij een muziektheaterproductie is een evenwicht vinden tussen de zang- en spelrepetities. En dan zijn er ook nog de choreografieën. Vaak wordt er veel repetitietijd geïnvesteerd in de zang. Het is tenslotte een musical dus de zang moet goed zijn. Een andere uitdaging is: hoe krijg je een orkest van bijna twintig personen en een cast van gelijk aantal fatsoenlijk op de speelvloer? Regisseur Tim van der Molen kiest er slim voor om spelers die even niet op de vloer nodig zijn aan de zijkanten op praktikabels (kleine verhogingen) te laten plaatsnemen. Dat helpt om te focussen op een scène waar het om draait. Die momenten van focus hadden naar mijn smaak veel vaker toegepast mogen worden en vooral veel langer mogen duren. Maar figuratie/stil spel is lastig te verkopen aan enthousiaste amateurspelers die natuurlijk dolgraag willen shinen. Dus om de haverklap zwermt de gehele speelvloer weer vol. Het ‘decor’ van verrijdbare koelkasten vol flessen gin is geinig. Ze dienen regelmatig als minipodia. De kleding, grime- en kapwerk: het ziet er allemaal even schitterend uit.

De cast staat bol van de karikaturen en er wordt flink gekrabd en gekroeld. Twee uur lang aan één stuk door. Venijnig en vilein en daardoor humoristisch wordt het niet. Daarvoor zijn de teksten niet intelligent en spel niet voldoende scherp. Wat werd nog meer beloofd? O ja, seks. Opwindend wordt het niet. De orgie met clownsmaskers komt over alsof je een groep atheïsten met het pistool op het hoofd het Onze Vader laat bidden. Een kwartiertje online les via Pornhub had soelaas geboden. Ook de meeste rendez-vous en complete orgie mogen vuriger. Personages en scènes komen regelmatig dicht bij geloofwaardig.
Vooral de ‘tweeling’ in krijtstreep overtuigt. Tamar Muntslag als Queenie heeft een smoeltje en lijf dat mensen uit tijdschriften knippen en kan lekker uithalen. Stephan Mooijman als Burrs overtuigt als hij, bijna op het einde, door het publiek opkomt en de hand aan zichzelf slaat. Enige echte rustpunt in de show is een solo van Fadi Hendriks als ‘Kassenmagnet von Damals’ Dolores. Groot compliment tenslotte aan de geluidsontwerper/technici. Hoogst zelden hoor je een zo perfect op elkaar afgestemd geluid. Bravo!
Vals Alarm heeft veel talent en potentie. Enorm enthousiasme bovendien. Het is bewonderenswaardig hoe ze elk jaar weer voor een relatief onbekend stuk kiest en daar de tanden in zet. Zoals ik eerder schreef: een uitdaging. En geen gemakkelijke. Niet alleen voor de uitvoerenden maar zeker ook voor het publiek. Ik was zo graag neuriënd naar buiten gelopen. Maar had het gevoel dat we met ons allen toch wat waren ondergesneeuwd…
Makers
Music: Michael John LaChiusa
Lyrics: Michael John LaChiusa & George C. Wolfe
Director: Tim van der Molen
Musical direction: Cas Straatman
Choreography: Julia van der Wouden
Vocal coaching: Hiske Oosterwijk
Orchestra conductor: Jart Oosterhaven
Costume design: Lune van der Meulen
Set design: Aranka Plante
Production management: Marjan de Vreugt



