Waar kom je écht vandaan? Een persoonlijke zoektocht naar identiteit.

Emma Lesuis brengt het publiek naar Suriname, naar de voormalige plantage waar haar bet-bet-overgrootmoeder Zaïre Deimveld heeft geleefd en gewerkt. Aan de Commewijnerivier komt zij meer te weten over haar afkomst. Ook wordt Emma geconfronteerd met het slavernijverleden: wat is de impact op haar familie geweest en wat betekent dat voor ons?

Persoonlijke filmbeelden, een kaart van Suriname met alle plantages, een contrabas, twee vrouwen op het podium en een geschiedenis die aanzet tot nadenken... Dat zijn de ingrediënten van Aardappelbloed. Het verhaal begint herkenbaar: als kind had Emma regelmatig ruzie met haar broer. Als broer en zus hier later een goed gesprek over hebben, legt hij uit dat hij vond dat Emma zich zo 'wit' gedroeg. In tegenstelling tot haar broer, die zich in haar ogen gedroeg alsof hij 'ergens anders' vandaan kwam, ging zij vooral om met mensen die een oerhollandse naam hadden.

Wie ben ik eigenlijk en waar kom ik vandaan?

Naast een broer, heeft Emma ook een zus. Het drietal is geboren en opgegroeid in Leiden. Hun vader is Nederlander. Hun moeder is in Nederland geboren en van Surinaamse komaf. Als Emma aan iemand vertelt dat ze uit Leiden komt, krijgt zij meestal de vraag: "Waar kom je nou écht vandaan?" Zij neemt het besluit om deze vraag uit te zoeken. Tot verrassing van haar broer neemt ze het vliegtuig naar Suriname om op zoek te gaan naar de grond waar de navelstreng van Zaïre werd begraven: plantage Mon Souci.

Aardappelbloed
© Ruben Hamelink, voorstelling 'Aardappelbloed' van Emma Lesuis, Oerol 2019

Aardappelbloed is een live-documentaire, waarbij het verhaal van Emma wordt afgewisseld door filmbeelden en gesprekken van haar reis. We volgen haar belevenissen op de voet. Haar vertellingen worden op een mooie manier versterkt door Nana Adjoa die haar stem en contrabas laat horen. We luisteren onder meer naar het Surinaamse kinderliedje Faya Siton, dat gemoedelijk klinkt. Schijn bedriegt, zo blijkt later.

De kaart van Suriname maakt ons duidelijk dat er sprake was van een grote hoeveelheid plantages. Hier werkten mensen die tot slaaf waren gemaakt. Deze slaven kwamen oorspronkelijk uit Afrika en werden via een Nederlands doorvoerpunt verscheept, helemaal de oceaan over. Dat dit allemaal is gebeurd, is moeilijk voor te stellen.

Verhalen om door te geven

Tijdens haar reis ontmoet Emma verschillende mensen die op een eigen manier hun toekomst vormgeven en hun verhalen willen doorgeven; met aandacht voor de geschiedenis en met liefde voor Suriname. Hun vertellingen zijn oprecht en hoopvol. Ook krijgt Emma een handvat aangereikt voor haar vraag: wat bepaalt jouw afkomst? Dat is een eye-opener. De plek waar je bent geboren, blijkt namelijk niet allesbepalend te zijn. Het gaat er meer om hoe je je gedraagt en waarmee je je verbonden voelt.

Emma bezoekt de geboortegrond van Zaïre Deimveld – deze achternaam is afgeleid van het woord 'veldmeid' – en plaatst een vlag op deze plek. De vraag dringt zich op of Emma, als afstammeling van Zaïre, recht heeft op dit stukje land: de plantage waar haar bet-bet-overgrootmoeder jarenlang gedwongen heeft gewerkt. Juridisch gezien, is dat moeilijk. De slavernij lijkt ontzettend lang geleden. Officieel werd de slavernij per 1 juli 1863 afgeschaft voor Nederlands West-Indië. Als je deze vraag op een morele manier bekijkt, valt er nog veel uit te zoeken. De afschaffing van de slavernij betekende namelijk niet dat alle slaven meteen in vrijheid konden leven.

De Surinaamse schrijfster Cynthia McLeod vertelt Emma dat de slaven nog tien jaar moesten doorwerken; om de slavenhouders tegemoet te komen en de plantages draaiende te houden. Feitelijk gezien was de slavernij dus in het jaar 1873 pas ten einde gekomen. Bovendien mocht je als ex-slaaf nergens over praten. Je moest de plantage-eigenaars en Koning Willem III vooral dankbaar zijn.

Over de geschiedenis wordt niet zoveel gepraat, maar dat betekent niet dat het allemaal voorbij is
Aardappelbloed
© Ruben Hamelink, voorstelling 'Aardappelbloed' van Emma Lesuis, Oerol 2019

Van de slavenhandel heeft Nederland als land geprofiteerd. Zo is er een volledig kanaal (het Warappa kanaal) met de hand door slaven uitgegraven om de Warappakreek (en de aanliggende plantages) met de Atlantische Oceaan te verbinden. De slavernij heeft ook de stad Groningen welvaart gebracht.

Ondanks dat het slavernijverleden de Nederlandse geschiedenis raakt, lijkt het erop dat dit onderwerp wordt vermeden; ook binnen het onderwijs. Het blijkt niet zozeer over een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis te gaan, maar om een inktzwart hoofdstuk waarin mensenrechten werden geschonden. Slaven werden op een verschrikkelijke manier behandeld en mishandeld. Dat wordt ook duidelijk als je de letterlijke tekst weet van het kinderliedje Faya Siton:

"Faya siton no bron miso, no bon miso" – "Vuursteen, brand me niet"
"Adygen masra Yanki kiri suma pikin" – "Meester Jan heeft alweer iemands kind vermoord"

Volgens Emma kan een trauma zeven generaties doorwerken. Wat Zaïre Deimveld is overkomen, heeft dus nog steeds een uitwerking op haar eigen bloedlijn. De vorige generaties, zoals haar oma en moeder, hebben vooral geleerd om over het slavernijverleden te zwijgen. Dat zwijgen lijkt voorzichtig te worden doorbroken: een nieuwe generatie – waar Emma, haar broer en zus toe behoren – laat zijn stem horen.

Ondanks dat Emma Lesuis een beladen en persoonlijk onderwerp belicht, blijft haar manier van vertellen liefdevol en genuanceerd. Die balans roept respect op. Haar compassie voor Suriname, de mensen die zij ontmoet op reis, haar eigen familie en het publiek is voelbaar. In een tijd waarin alle debatten op scherp lijken te staan, klinkt in Aardappelbloed een milder geluid: zachter, maar zeker niet minder hoorbaar.

Gezien in Grand Theatre Groningen, 17 oktober 2019

Fotografie
© Ruben Hamelink.
Voorstelling Aardappelbloed van Emma Lesuis.
Oerol 2019.