Menselijkheid door de ogen van een robot

Is het mogelijk om mee te leven met een machine? Dat is slechts één van de vele vraagstukken van 'Uncanny Valley'. Deze voorstelling over robotica blijkt verrassend menselijk te zijn.

De bovenzaal in het Grand Theatre is goedgevuld tijdens deze Noorderzon-avond. Het podium bevat weinig attributen: een scherm, een lichtbundel die kan bewegen (moving head) en een tafeltje. Op de tafel zien we een uitgeklapte laptop en een glas water dat de hele avond onaangeroerd zal blijven. Daarnaast zit een man op een stoel. Hij gaat ons een lezing geven over het fenomeen 'uncanny valley' (in het Nederlands 'griezelvallei'): dat is een gebied waarin humanoïde robots een gevoel van afkeer kunnen oproepen.

Uncanney Valley
Het achterhoofd van de hoofdpersoon. Foto: René de Boer

De man op het podium lijkt op de Duitse schrijver Thomas Melle, maar zijn achterhoofd – of eigenlijk het gebrek aan een achterhoofd – verraadt dat er iets anders aan de hand is. Er zijn draden aangebracht: deze man is niet 'iemand anders', hij is vooral 'iets'.

Een levensechte dubbelganger

Dat zit zo: Thomas Melle heeft een levensechte kopie van zichzelf laten maken. Hierdoor hoeft hij niet meer persoonlijk aanwezig te zijn als hij een lezing moet geven en is hij dus vervangbaar. De animatronic lijkt in alles het evenbeeld van Thomas Melle, inclusief alle menselijke handelingen. Hij kijkt gericht naar het publiek, praat rustig en maakt subtiele handgebaren.

Hier lijkt een persoon te zitten van vlees en bloed. Dat is fascinerend om te zien, omdat dit een technisch hoogstandje is. Tegelijkertijd oogt het wat griezelig, omdat de grens tussen 'mens' en 'machine' lijkt weg te vallen. Precies over dat onderwerp gaat de lezing. De woorden van de animatronic worden daarbij aangevuld met film- en fotomateriaal van Thomas Melle zelf.

We leven in een tijd waarin machines een steeds grotere rol spelen. Het uitgangspunt is dat robots daadwerkelijk vrienden kunnen worden van de mens. Zolang ze eruitzien en aanvoelen als onszelf.

Wat gebeurt er als een robot nét niet genoeg op een mens lijkt?

Om mens en robot op dezelfde golflengte te laten komen, is het noodzakelijk dat de robot op de juiste manier kan reageren op menselijk gedrag. Het is hierbij belangrijk dat de robot aan verschillende voorwaarden voldoet. Zo moet hij soepele bewegingen kunnen maken, beschikken over een zachte huid en de stem moet daadwerkelijk uit de mond komen.

Roboticaprofessor Masahiro Mori heeft 'uncanny valley' ontdekt. Dat fenomeen doet zich voor als een robot op een mens lijkt, maar nét niet genoeg. Hierdoor kan een gevoel van angst en vervreemding ontstaan.

Een gevoel van angst en vervreemding lijkt ook schrijver Thomas Melle (de echte dus) te kennen. Hij is manisch-depressief. Met behulp van het filmmateriaal krijgt het publiek een inkijkje in zijn leven en hoe hij ertoe is gekomen om een levensechte robot-versie van zichzelf te laten maken.

Zijn wij in staat om ons in te leven?

Op het videoscherm is te zien dat Thomas Melle zijn hoofd volledig moet laten inpakken – ook zijn mond – zodat zijn gezicht kan worden nagemaakt. Het komt over als een verstikkende ervaring. Wanneer het zware masker van zijn gezicht wordt gehaald, zien we zijn enorme opluchting. Het is alsof hij opnieuw wordt geboren. Wij leven met hem mee.

Even later zien we op film dat de gemaakte gezichtshuid, samen met de nieuwe ogen, over het robot-hoofd wordt getrokken. Dat geeft een surrealistisch beeld. Dan vertelt de mechanische Thomas aan het publiek dat dit voor hem een vergelijkbare ervaring is. Kunnen we in zo'n situatie ook empathie opbrengen voor de robot?

gezicht
De animatronic met het gezicht van Thomas Melle. Foto: René de Boer


Het inleven lijken we in ieder geval massaal te doen als de moving head het commando krijgt om in beweging te komen. Ondertussen is er opzwepende muziek te horen. Het licht van de moving head volgt de klanken; het lijkt alsof er iemand aan het dansen is. Hierdoor zou je bijna de moving head kunnen beschouwen als een echt persoon. Tot de mechanische Thomas het stop-commando geeft. Dan staat het apparaat stil, alsof er niks is gebeurd.

Vervreemding binnen jezelf

Er worden beelden getoond van wetenschapper Alan Turing. Hij ontwikkelde onder meer de Turing test: een manier om de intelligentie van computers te testen. Hierbij moet worden beoordeeld wie de mens en wie de computer is. Dat de technische ontwikkelingen steeds verder gaan, geeft stof tot nadenken. In hoeverre kunnen wij als mens nog beoordelen of we met een mens of machine te maken hebben?

In de voorstelling wordt verteld dat het met Alan Turing tragisch is afgelopen. Doordat hij verplicht hormonen moest slikken tegen 'homoseksuele handelingen' – tot 1967 was homoseksualiteit in Engeland strafbaar – begon zijn lichaam te veranderen. Zodanig dat hij vervreemd raakte van zijn eigen spiegelbeeld en daarmee niet meer kon leven.

Het is bijzonder én bizar om te ervaren wat een 'gevoel van vervreemding' met een persoon kan doen. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn. Het is opmerkelijk dat er geen mens aan te pas komt om dit uit te leggen. Het publiek moet het doen met de lezing van de animatronic en de videobeelden.

Een voorstelling vol grote vragen

De opzet van Uncanny Valley zorgt ervoor dat je ook na de voorstelling bezig blijft met wat er zojuist is gebeurd. Als toeschouwer word je namelijk voortdurend op het verkeerde been gezet. De elektronische versie van Thomas Melle roept voornamelijk sympathie op – wat bijzonder is voor een animatronic – maar toont ook wat er gebeurt als een machine hapert. Als een robot tekenen van instabiliteit laat zien, is het dan nog mogelijk om je in te leven? Dat is een grote vraag.

Aan deze voorstelling doen geen mensen mee en daarmee krijg je een gecontroleerde omgeving. Alles ligt vast. Het lijkt daarmee een kwestie van: alle onderdelen op de juiste plek zetten, machines aanzetten en wachten. Je krijgt dus niet te maken met menselijk falen, vermoeidheid, vervelende black-outs van acteurs of een verkeerde beweging. Als je geen aanpassingen doet, ben je dus in staat om altijd precies dezelfde voorstelling te geven. Dat roept een andere grote vraag op: zijn mensen vervangbaar?

Bij Uncanny Valley is niks toeval. Alle elementen zijn van tevoren bedacht. Het is daarom opmerkelijk dat de voorstelling over zaken als 'instabiliteit' en 'vervreemding' gaat: onderwerpen die niet bij een robot lijken te horen. Toch weten machines deze menselijke thema's op een verbazingwekkende manier tastbaar te maken.

Dit gaat over de mens, niet over robots

De vragen die Uncanny Valley oproept, zijn wezenlijk en indringend. Vooral de woorden van de elektronische dubbelganger van Thomas Melle blijven hangen: "Als je hier naartoe bent gekomen om een acteur te zien, dan zit je hier fout. Maar: als je op zoek bent naar authenticiteit, dan zit je hier ook fout. Deze lezing gaat dus helemaal niet over mij, maar over jou."

Daarmee blijkt Uncanny Valley een verrassend menselijke voorstelling. Zelfs als er geen acteurs van vlees en bloed meedoen.

"Het is eigenlijk een 'muppet', maar ik zou hem niet zomaar willen weggooien."
Uncanney Valley nagesprek
Bij het nagesprek. Foto: René de Boer

Na de voorstelling is maker Jaromir Zezula beschikbaar voor een nagesprek. Hij legt uit dat de dubbelganger van Thomas Melle uit allerlei elektronische verbindingen bestaat en dat de bediening vergelijkbaar is met een grote pop, een zogenaamde 'muppet'. Toch oogt de animatronic voor hem als een acteur wanneer deze op het podium zit.

Ook voor Thomas Melle zelf was het maken van deze robot een vreemde gewaarwording, volgens Jaromir Zezula. In eerste instantie vormde de animatronic een perfecte kopie van de schrijver: hij heeft zelfs bepaalde gebaren overgenomen. Na verloop van tijd is het uiterlijk van Thomas Melle enigszins veranderd, terwijl zijn evenbeeld hetzelfde is gebleven. Dat lijkt nu voor vervreemding te zorgen tussen de echte en de elektronische Thomas: de robot lijkt zijn eigen leven te leiden.

Feitelijk gezien blijft de robot een ding, een machine. Wat gaat daarmee gebeuren als de voorstellingen zijn afgelopen? "Goede vraag," zegt Jaromir Zezula, "Eerlijk gezegd weet ik het niet. Hij verdwijnt in ieder geval niet in een container, daarvoor zijn de onderdelen te duur, maar het zou ook een raar idee zijn om deze robot niet meer te gebruiken."

Zijn mensen in staat om empathie te hebben voor een machine? Blijkbaar wel. Deze voorstelling maakt dat op een krachtige manier duidelijk.

Uncanney Valley
De animatronic tijdens het nagesprek. Foto: René de Boer


Credits

Concept, Text & Direction: Stefan Kaegi
Text / Body / Voice: Thomas Melle
Equipment: Evi Bauer
Animatronic: Chiscreatures Filmeffects GmbH
Manufacturing and Art Finish of the silicone head / coloration and hair: Tommy Opatz
Dramaturgy: Martin Valdés-Stauber
Video Design: Mikko Gaestel
Musik: Nicolas Neecke
Production management Rimini Protokoll / Touring: Epona Hamdan
Light Design / Touring: Robert Läßig, Martin Schwemin, Lisa Eßwein
Sound- and Video Design / Touring: Jaromir Zezula, Nikolas Neecke

A production of Münchner Kammerspiele.
In Coproduction with Berliner Festspiele - Immersion, donaufestival (Krems), Feodor Elutine (Moscow), FOG Triennale Milano Performing Arts (Milano), Temporada Alta - Festival de Tador de Catalunya (Girona), SPRING Utrecht
Performing rights: Rowohlt Theater Verlag, Reinbek bei Hamburg

Gezien op Noorderzon, 18 augustus 2019